[Op 7 mei 2014 bezocht Peter Bergwerff, hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad van 1993 tot 2013, "De wereldgeschiedenis in één avond" in Theater Figi. De volgende recensie verscheen in het Nederlands Dagblad op 10 mei.]


... Noem het wat je wilt: een lezing, een theatervoorstelling, een college, een cabaret. Hoe ook, het is ongelooflijk! Knap. En lang. En boeiend. ‘De wereldgeschiedenis in één avond’. Wie verzínt zoiets! De naam: Evert Jan Ouweneel. De man: cultuurfilosoof. In het dagelijks leven iets bij World Vision, maar vooral: zelfstandig ondernemer in lezingen. En: ‘zoon van’.

Het kan niet anders of het geslacht Ouweneel bezit een gen des overvloeds. Vader Willem, evangelisch leider, man van een achteloze handvol academische studies, met verstand van (bijna) alles en producent van meer dan honderd (!) boeken. En dan vanavond zoon Evert Jan. Ruim drie uur lang ‘praat’ hij zijn publiek van een man/vrouw of vijftig in het Zeister Theater Figi ‘bij’ over de highlights van 3500 vóór, tot 2014 jaar ná Christus. De filosoof grossiert min of meer in dit soort optredens. Tot het assortiment behoren bijvoorbeeld ook ‘Europa’ of ‘de wereldtrends’ in één avond.

Het begon ooit allemaal zo’n beetje met optredens voor het ‘diplomatenklasje’ van Buitenlandse Zaken, dat efficiënt moest worden voorgelicht over de historie van de vreemde buitenlanden waar de dames en heren namens ons zouden worden losgelaten.

Drieëntwintig velletjes van mijn opschrijfboekje gaan er vanavond aan. En dan heb ik zeker nog niet de helft in schrift gevangen. Want zo nu en dan, als de bioscoopstoel of de zoveelste Indiase of Chinese beschaving mijn lichaam dan wel geest krampscheuten toedienen, haak ik even af. Maar niet voor lang. Want Ouweneel heeft dan alweer een nieuw kruidig detail bij de kop. Bijvoorbeeld over de rasse verbreiding van het christendom onder Karel de Grote: ‘Het was gedood of gedoopt worden. Dan schiet het lekker op met een kerstening.’ Of hij trekt een van de conclusies die zijn centrale adagium moeten ondersteunen: ‘Alles in het heden werd bekokstoofd in het verleden.’

Het is werkelijk verbluffend. Zelfs nu, achter m’n typemachientje, echoot hij nog na. Het is retorica van de hoogste kwaliteit. En wat onoverzienbaar lijkt (5000 jaar wereldgeschiedenis) – en natuurlijk feitelijk ook is – krijgt iets behapbaars. Maar toch is het geen tsjakka-verhaal. De waterval doet meer dan klateren.

Beneden is het niet
Evert Jan Ouweneel is christen, maar als zzp’er afficheert hij zich niet in die hoedanigheid. Naar zijn zeggen komt ook zijn publiek uit alle geestelijke windstreken. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat hij neutraal is. Geen mens is neutraal en ieder draagt altijd zijn vooronderstellingen mee. Niettemin doet Ouweneel zijn best die niet te laten doorklinken. En als hij een opvatting naar voren brengt die niet door ieder zal worden onderschreven, leidt hij die steevast in met een ‘U mag erover denken wat u wilt, maar ...’, of iets dergelijks.

Even mijn eigen versie
Maar als hij ergens halverwege de avond, na een exposé over de ‘marketing’ van boeddhisme, islam en christendom, aankomt bij wat voor een christen de spil is van de wereldgeschiedenis – de komst van Jezus, God in mensengestalte – doet hij niet krampachtig: ‘Ja, dan moeten we het nu even apart hebben over het christendom, want dat is nu eenmaal de grootste van de drie. En nu ga ik u lekker even mijn eigen versie geven.’ Waarna een betoog volgt over Jezus die – zo zongen immers de engelen – vrede op áárde kwam brengen. Niks: ‘hier beneden is het niet’, waarmee andere godsdiensten hun volgelingen de aardse werkelijkheid laten ontvluchten. ‘Jezus leefde vrede op aarde voor, met als basisprincipe: niet terugschieten, oeverloos vergeven en altijd maar weer zoeken naar verzoening.’

Het programma bevat geen discussiemogelijkheid. En eigenlijk is dat weldadig, want discussierondes en fora leveren vaak niet veel meer op dan vragenstellers die hun eigen ik kwijt willen. Maar waren ze er wel geweest, dan had ik misschien wel gevraagd, of Ouweneel zo het christelijk geloof niet eenzijdig ‘naar deze kant’ trekt.

Misschien had dat ook wat meer licht geworpen op zijn keuze voor een min of meer cyclische geschiedopvatting: de patronen die we in het verleden tegenkomen, herhalen zich. Met allerlei verrassende mondiale dwarsverbindingen trouwens. Toen Luther in de 15e eeuw het christendom reformeerde, deed ene Yang Ming zoiets met het confucianisme in China en trad in India ook een reformator op.

Maar heeft de Bijbel niet een meer lineaire visie: op weg naar het einde en een totaal nieuw begin? En hoe verhoudt zich dat tot Ouweneels conclusie, om een uur of half twaalf, dat, willen we onze planeet op orde krijgen, er meer nodig is dan het theekransje dat Verenigde Naties heet? Dan moeten we het echt anders organiseren.

‘We’? Ik ga nog maar eens luisteren. Komt-ie er in een van zijn zijpaadjes vast op terug.